Marina van Dijk

Cycling + running = duathlon

The day after

fotoTrainen is heerlijk en trainingsweekenden zijn fantastisch. Het moment van thuiskomen en op de bank ploffen is overweldigend. Je bent moe, maar voldaan. De meeste trainingen die ik doe zijn in de avonduren en soms doe ik op vrije dagen een training ‘s morgens en s’ avonds of een training die de hele dag duurt. Het komt er dus doorgaans op neer dat ik na mijn training op de bank plof en er netjes een bordje met eten onder mijn neus wordt geschoven. Ja, ik ben verwend. Ik heb een vent die graag kookt en ook nog eens lekkere gerechten op tafel zet. Of beter op mijn schoot op het moment dat ik terug kom van trainen. Ik hoor jullie denken kookt ze dan nooit zelf? Natuurlijk wel. Ik ben het type ‘praktische koker’ die zorg dat er na de training alleen nog maar wat bij elkaar gegooid hoeft te worden of nog heel even een pannetje op het vuur. Doorgaans ben ik met een minuut of 15 klaar en plof ik alsnog neer op de bank. Het van de bank af komen lijkt het moeilijkste moment van de dag, tot dat je de volgende ochtend wakker wordt. Niet op de bank natuurlijk, maar in mijn Auping bed. Sinds dit bed zijn “the day afters’ alleen maar slechter geworden. In mijn studententijd had deze term nog een andere betekenis en was op de bank slapen ook wel prima.

Met name na een lang weekendje fietsen is de wekker ‘the day after’ een gehate gast. Het is niet dat ik een hekel heb aan mijn werk, integendeel, maar ik hou gewoon erg van uitslapen, fietsen en hardlopen. Vooral dat uitslapen zit er op een werkdag niet in. Wel mag ik de hele dag over fietsen praten en zo nu en dan ga ik in mijn pauze een stukje hardlopen. Als ik eenmaal op mijn werk ben is het ook altijd wel prima en fijn om je bezig te houden met dingen die er toe doen…. fietsen. Ik hou mij dagelijks bezig met alles wat Nederland tot zo’n fantastisch fietsland maakt. Desondanks is de wekker voor mij wat een peloton wielrenners voor een oud echtpaar is. Het geluid van een gehaaste maatschappij. Iedere ochtend vraag ik me af wat de persoon dacht toen hij de wekker uit vond. “Wat fijn, nu kan ik wakker worden als ik nog niet uitgerust ben”. Vol onbegrip sta ik dan toch maar op en strompel ik richting de woonkamer. Daar zit mijn lief al op de bank met een kommetje havermout op zijn schoot. Ook voor mij staat er al een kommetje havermout en een kopje koffie klaar. Wat zou het toch fijn zijn als we vandaag weer samen op pad konden. Het liefst zouden we wonen in een motorhome en de wereld afreizen om samen de mooiste weggetjes en beklimmingen te fietsen. Het lijkt soms zo vanzelfsprekend dat we de vrijheid hebben om te kunnen fietsen. Weer eenmaal op mijn werk besef ik dat dit niet zo maar is. Het is fijn om me op ‘the day after’ bezig te houden met fietsen en zorgen dat ook andere kunnen fietsen. Op een E-bike, kinderfiets, stadsfiets of wielrenfiets. Om het hoofd leeg te maken, als sport of utilitair. Op ‘the day after’ ben ik altijd net wat trotser op Nederland fietsland en extra blij dat ik in de avond ook weer op mijn fiets mag zitten.